Voor het starten van de OV-aanbesteding voor de nieuwe concessie 2013-2023 heeft de Stadsregio Arnhem Nijmegen de mogelijkheden onderzocht om gedurende de aan te besteden concessie de uitstoot van schadelijke stoffen door bussen in stads- en streekvervoer te minimaliseren.
Gezien de snelle ontwikkelingen op het gebied van techniek en de eisen aan duurzaamheid wilde de Stadsregio inzicht in de effecten op de totale uitstoot wanneer vanaf het begin van de concessie of halverwege de concessie, schonere bussen dan nu gaan rijden in en buiten de twee grootste steden in de regio. Halverwege de concessie zou bijvoorbeeld overgegaan kunnen worden op bussen met waterstof (H2) als brandstof.. Waterstofbussen zijn nu nog erg duur en zijn misschien nog niet zo betrouwbaar als de bestaande diesel en gasbussen, maar als de kosten van die bussen gaan dalen kan het over 5 jaar wel kosteneffectief zijn. Het kan daarom raadzaam zijn om de eerste 5 jaar van de nieuwe concessie met het huidige, minder schone, materieel door te rijden.
Systeemdynamisch model
Het systeemdynamische rekenmodel dat Significant ontwikkeld heeft, heeft inzichtelijk gemaakt welke transitiemogelijkheden kansrijk zijn in de OV-concessie van de Stadsregio Arnhem Nijmegen. Uitgangspunt in deze transitiemogelijkheden was betrouwbaar en schoon openbaar vervoer. Op basis van dit uitgangspunt zijn de kosten en de baten in beeld gebracht per brandstoftype: diesel, (groen) gas en waterstof. In het model kunnen verschillende scenario’s (verschillende typen bussen op verschillende momenten inzetten) doorgerekend worden. Het model is gevuld met informatie die is aangeleverd door experts en door marktpartijen. Significant heeft daarnaast twee rondetafelconferenties voorgezeten met vervoerders, busproducenten, overheden en leasemaatschappijen om de mogelijkheden te verkennen.
Kosten en baten
Een zestal scenario’s is gedefinieerd en doorgerekend. We hebben gekozen voor een beperkt aantal scenario’s waarin niet alle mogelijke transities zijn meegenomen.
De onderzochte scenario’s zijn geselecteerd in overleg met betrokkenen en deskundigen. De praktische haalbaarheid van een scenario én de uitgesproken ambitie voor een scenario waarin waterstof een belangrijke rol speelt, waren belangrijke argumenten bij de keuze voor deze scenario’s.
Door de berekeningen op gelijke wijze en volgens dezelfde rekenregels (maar met verschillende modelparameters) uit te voeren, ontstaan onderling vergelijkbare resultaten. De belangrijkste kosten zijn in beeld gebracht voor het model per type bus. Kosten die onder andere zijn meegenomen betreffen personeelskosten, afschrijvingskosten van de bussen, aanleg en afschrijving van vulstations en brandstofkosten. De baten (minder kosten door minder uitstoot van schadelijke stoffen CO2, NOx en fijnstof) zijn uitgedrukt in kosten van de uitstoot door het wegvervoer (prijspeil 2007) conform de Europese richtlijn 2009/33/EG.
De kosten en baten zijn vervolgens voor de concessie (10 jaar, uitgaande van de toenmalige dienstregeling) berekend en tegen elkaar afgewogen.