De publieke opinie regeert op het gebied van veiligheid. De plannen van het nieuwe kabinet op het gebied van veiligheid zullen naar verwachting de goedkeuring van het publiek kunnen wegdragen. De plannen geven een antwoord op de angst voor criminaliteit, wellicht door een toenemende vergrijzing en de roep om harder op te treden.
De kosten voor de beoogde plannen zullen echter – op enkele bezuinigingsmaatregelen na – vrijwel zeker stijgen. Dit staat haaks op de bezuinigingswens van dit kabinet. En dat terwijl de geregistreerde criminaliteit in de afgelopen jaren is gedaald mede als gevolg van het beleid van de kabinetten Balkenende. Waarom wil het nieuwe kabinet dit relatief succesvolle beleid dan hervormen?
De reden hiervoor is dat de daling in geregistreerde criminaliteit geenszins wordt ervaren door de Nederlandse bevolking. Onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek laat zien dat de beleving van veiligheid onder de inwoners van Nederland de laatste jaren onveranderd is gebleven. Bijna 1 op de 10 mensen voelt zich wel eens onveilig in zijn eigen buurt. Nederlandse burgers zijn daarbij erg ontevreden over de hoogte van opgelegde straffen. Een recent experiment van De Keijser, waarin burgers op de stoel van de rechter worden gezet, toont aan dat burgers in de meeste gevallen een veel hogere straf opgelegd zouden hebben. Het regeerakkoord komt dus tegemoet aan de burgers die zich vaak onveilig voelen en het strafklimaat te mild vinden.
Het regeerakkoord belooft een aanpak die meer en meer gericht zal zijn op repressie en opsluiting. Het beleid van de opeenvolgende kabinetten Balkenende was juist nadrukkelijk gericht op recidivevermindering met een mix van preventie en repressie. Resocialisatie en het realiseren van gedragsverandering bij delinquenten waren daarbij belangrijk. Het nieuwe kabinet wil daders harder aanpakken en de positie van het slachtoffer verder versterken. In dit kader passen ook de minimumstraffen voor zware vergrijpen en de beperking, versobering en strengere invulling van de TBS.
Het regeerakkoord staat vol plannen om de veiligheidsbeleving van Nederlanders te doen verbeteren. Door middel van meer (of meer zichtbaar) blauw en betere assistentie bij het doen van aangiften, willen de partijen de Nederlandse bevolking hun gevoel van veiligheid teruggeven. Daarnaast willen de partijen harder ingrijpen bij overlast en een snellere berechting en tenuitvoerlegging van de straffen. De effectiviteit van het veiligheidsbeleid van het nieuwe kabinet zou vooral getoetst moeten worden aan de beleving van veiligheid van de Nederlandse bevolking en pas in tweede instantie aan de gepleegde en geregistreerde (herhalings)criminaliteit. Het doel van het nieuwe beleid is immers het beïnvloeden van de publieke opinie.
Het invoeren van een stelsel van minimumstraffen, voor straffen waar een maximumstraf van 12 jaar of meer op staat, komt tegemoet aan de roep van de Nederlandse burger om strenger te straffen. Het bezwaar van rechters is dat zij geen verschil meer kunnen maken tussen bijvoorbeeld de dader van een criminele liquidatie en de dader van een ‘crime passionnel’. Uit onderzoek van professor Tak in landen waar de minimumstraf recentelijk is ingevoerd (waaronder Engeland en Frankrijk) blijkt dat de maatregelen in sommige gevallen zelfs leiden tot oneigenlijke manieren van strafoplegging. Rechters zoeken uitwegen om de vereiste minimumstraf niet te hoeven opleggen en spraken de verdachte dan bijvoorbeeld vrij.
Het regeerakkoord omschrijft vervolgens dat in het geval van recidive een minimumstraf ter hoogte van de helft van de maximale straf zou moeten worden opgelegd. Criminoloog Jan Nijboer stelt dat het invoeren van hoge minimumstraffen bij recidive rechters in gewetensnood zal gaan brengen, omdat zij gaan zoeken naar manieren om een straf niet te hoeven opleggen. Tegelijkertijd zal de gevangenispopulatie en daarmee de totale kosten voor een dergelijk beleid flink groeien.
Kortom, de plannen van het nieuwe kabinet Rutte-Verhagen op het gebied van veiligheid zullen naar verwachting de goedkeuring van het publiek kunnen wegdragen maar de vraag blijft in hoeverre de nieuwe plannen de veiligheidsbeleving van Nederlanders daadwerkelijk positief zullen beïnvloeden.













