Plaatsing gesloten jeugdzorg niet langer afhankelijk van instemming jongere of ouders

14 mei 2008

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel dat een einde maakt aan de situatie dat jeugdigen die behandeld moeten worden in de gesloten jeugdzorg niet altijd kunnen worden geplaatst op de plek die het beste bij ze past. Deze reparatiewet herstelt de onwenselijke situatie die was veroorzaakt door het overgangsrecht voor de gesloten jeugdzorg, dat op 1 januari 2008 in werking is getreden. Hierdoor moesten jongeren en hun ouders instemmen met de plaatsing in een justitiële jeugdinrichting wanneer er in de gesloten jeugdzorg nog geen plaats was. Wanneer jongere en ouders niet instemden met de plaatsing, dan kon het zijn dat de jongere op zorg moest wachten en daardoor niet de behandeling kreeg die het nodig had.

Volgens de initiator van de reparatiewet, minister Rouvoet, is het doel van de Wet op de jeugdzorg, dat jeugdigen de behandeling krijgen die het best bij hun problematiek aansluit. De reparatie van de wet voorziet hier in.